Hoog-lied

De vogel zingt zijn hooglied
en strekt de vleugels uit naar de lucht.
Telkens weer, zonder voorbehoud.
De vogel vraagt niet
voor wie en waarom ...

De bloem reikt naar het licht
met schitterende vormen en kleuren
en vult de lucht met tintelende geuren.
Telkens weer, zonder voorbehoud.
De bloem vraagt niet
voor wie en waarom ...

Het is de mens voorbehouden,
telkens weer te vragen
voor wie, waarom en waarheen ...
Telkens onderweg en op weg
naar het doel,
naar de bestemming.

Het is de mens alleen,
die leeft onder voorbehoud,
hetgeen hem weerhoudt,
enkel te zijn -
zich zelf te zijn !

Uit:
Een Weg van Liefde